Goldwasser Exchange

+32 (0)2 533 22 40
Van maandag tot vrijdag vanaf 08u30 tot 18u

Toegang klant

Belasting op effectenrekeningen en belastingaangifte

Het nieuwe formulier van de belastingaangifte voor het aanslagjaar 2019 (inkomstenjaar 2018) werd onlangs gepubliceerd. Het bevat slechts één vraag over de taks op effectenrekeningen. Oblis maakt voor u een stand van zaken op van deze nieuwe aangifteverplichting. Voor meer informatie over de werking van de taks op effectenrekeningen verwijzen we naar onze vorige publicatie over het onderwerp. 

Algemeen

Bijna elk jaar worden aan de formulieren van de personenbelastingaangifte nieuwe aangifte­verplichtingen toegevoegd.Boven op de voortaan traditionele aangiften betreffende rekeningen en levensverzekeringen in het buitenland, moeten de belastingplichtigen dit jaar ook een nieuwe vraag beantwoorden, betreffende hun eventuele effectenrekening(en). Concreet zal de belastingplichtige de volgende vraag moeten beantwoorden: “Bent u van 10.3.2018 tot 31.12.2018 titularis geweest van meer dan één effectenrekening bedoeld in artikel 152, 1e lid, a van het Wetboek diverse rechten en taksen?”

Als de belastingplichtige in de loop van de betrokken periode meer dan één effectenrekening had, moet hij vak nr. 1072-92 of 2072-92 voor de echtgenoot (hierna “vak 1072-92”) aanvinken. Deze aangifteverplichting is van toepassing ongeacht of de taks op effectenrekeningen verschuldigd is of niet. Indien een persoon in de betrokken periode slechts over één effectenrekening beschikte, hoeft hij dit vak niet aan te vinken, zelfs als de taks op effectenrekeningen verschuldigd is.

Waarom moet vak 1072-92 maar aangevinkt worden als er verschillende rekeningen zijn?

Om die vraag te beantwoorden moeten we erop wijzen dat, als een persoon op eenzelfde effectenrekening de drempel van 500.000 € overschrijdt, de taks op effectenrekeningen automatisch wordt afgehouden door de financiële instelling (voor zover deze laatste in België gevestigd is). Als een persoon over slechts één effectenrekening beschikt, is bijgevolg het risico dat de taks op effectenrekeningen ontdoken wordt, heel klein. Ofwel is het bedrag van 500.000 € bereikt en wordt de taks rechtstreeks door de financiële instelling afgehouden, ofwel is de drempel niet gehaald en is de belasting niet verschuldigd

Als een persoon echter over verschillende effectenrekeningen beschikt, is het mogelijk dat de taks verschuldigd is, maar dat ze niet door de financiële instellingen werd afgehouden. De toepassing van de taks op effectenrekeningen door de financiële instellingen is immers facultatief voor effectenrekeningen die de drempel van 500.000 € niet overschrijden. Dat betekent dat voor deze rekeningen de taks maar door de financiële instelling zal worden toegepast als de belastingplichtige hier uitdrukkelijk om verzoekt.

We illustreren deze nuance met een voorbeeld. De heer Alfa en de heer Bèta hebben allebei een effectenportefeuille met een gemiddelde waarde van 800.000 €.

 

  • De heer Alfa heeft er altijd de voorkeur aan gegeven om zijn financiële activa op één en dezelfde effectenrekening te centraliseren à op het ogenblik dat de taks op effectenreke­ningen wordt toegepast, stelde de financiële instelling vast dat voor de heer Alfa de drempel van 500.000 €overschreden was. De taks op effectenrekeningen werd bijgevolg automa­tisch afgehouden en door de financiële instelling betaald aan de belastingadministratie. 

 

  • De heer Bèta heeft er altijd de voorkeur aan gegeven om zijn activa te diversifiëren en hij heeft zijn effectenportefeuille gelijk verdeeld over twee verschillende financiële instellingen. De heer Bèta beschikt met andere woorden over twee effectenrekeningen met een gemiddelde waarde van 400.000 €. Op het ogenblik dat de taks op effectenrekeningen werd toegepast, kon geen van beide financiële instellingen vaststellen dat de drempel van 500.000 € voor de heer Bèta overschreden was. De taks werd dus niet automatisch door de financiële instellingen afgehouden. Ze wordt in feite alleen maar afgehouden als de heer Bèta hierom verzoekt.

 

We kunnen met andere woorden vaststellen dat het aantal effectenrekeningen waarover iemand beschikt, de modaliteiten inzake afhouding van de taks op effectenrekeningen rechtstreeks kan beïnvloeden. Als er maar één rekening is, wordt de taks (in voorkomend geval) automatisch door de financiële instellingen afgehouden. Als er meerdere rekeningen zijn, moet de belastingplichtige in sommige gevallen proactief handelen.

Met het oog op wat voorafgaat, nemen we dan ook aan dat de nieuwe aangifteverplichting tot doel heeft belastingplichtigen te identificeren voor wie er een “risico” bestaat dat de taks niet correct werd afgehouden. Misschien is het ook een manier om erop te wijzen dat de belastingplichtigen die de taks op effectenrekeningen verschuldigd zijn, zelf aan de financiële instellingen bij wie ze effecten hebben, moeten vragen dat de taks wordt toegepast.

Wat met rekeningen in het buitenland?

De nieuwe vraag in de belastingaangifte maakt blijkbaar geen onderscheid tussen effecten­rekeningen in België en effectenrekeningen in het buitenland. Gevolg is dat als een belastingplichtige over slechts één effectenrekening beschikt, hij vak 1072-92 niet hoeft aan te vinken, zelfs als deze rekening geopend werd bij een financiële instelling die zich buiten België bevindt. Er werd met andere woorden in dat verband geen enkele bijkomende voorzorgsmaatregel genomen voor wat rekeningen in het buitenland betreft. Wel moet toegegeven worden dat de belastingadministratie aangaande de buitenlandse effectenrekeningen doorgaans over veel meer informatie beschikt dan aangaande de Belgische effectenrekeningen.

De belastingadministratie van een zeer groot aantal landen deelt immers al aan de Belgische fiscus het saldo mee van de effectenrekeningen die Belgische fiscaal ingezetenen in het buitenland hebben. Deze informatie kan waarschijnlijk op de ene of de andere manier worden benut om gemakkelijker personen te identificeren die ten onrechte hebben nagelaten om de taks op effectenrekeningen die ze voor hun buitenlandse effectenrekening(en) verschuldigd zijn, te betalen.

Wat als één persoon verschillende rekeningen heeft bij één en dezelfde financiële instelling?

Stel dat één persoon bij één enkele financiële instelling verschillende effectenrekeningen heeft. Moet in dat geval het vak betreffende de taks op effectenrekeningen worden aangevinkt? Blijkbaar wel.

De toelichting lijkt immers te stellen dat de effectenrekeningen die in aanmerking genomen moeten worden, de effectenrekeningen zijn “bij een of meer kredietinstellingen, beursvennootschappen of beleggingsondernemingen die krachtens nationaal recht toegelaten worden om financiële instrumenten voor rekening van de klanten aan te houden”.

Uit deze commentaar kan blijkbaar worden afgeleid dat het bestaan van verschillende rekeningen bij één en dezelfde instelling impliceert dat vak 1072-92 aangevinkt moet worden.

Wat met gesplitste rekeningen?

In verband met de gesplitste rekeningen preciseert de toelichting dat onder “titularis” wordt verstaan, de natuurlijke persoon die houder is van een effectenrekening, ongeacht of hij de volle eigenaar, de blote eigenaar of de vruchtgebruiker is. 

Dat betekent dat een effectenrekening in blote eigendom of in vruchtgebruik behandeld moet worden als een rekening in volle eigendom. Bijgevolg moet vak 1072-92 niet worden aangevinkt als het om de enige effectenrekening gaat die aan de belastingplichtige kan worden toegeschreven. Dit vak moet echter wel worden aangevinkt als de belastingplichtige anderzijds titularis is van een of meer andere effectenrekeningen.

Wat met rekeningen van maatschappen?

Met betrekking tot die maatschappen bestaat het principe dat momenteel in de banksector voor maatschappen in voege is, hierin dat ze als mede-eigendommen worden beschouwd. Gevolg is dat elke persoon die eigenaar, vruchtge­bruiker of blote gebruiker is van aandelen van een dergelijke maatschap, beschouwd wordt als titularis van de een of meer effectenrekeningen op naam van de maatschap in kwestie.

Vak 1072-92 hoeft niet te worden aangevinkt als het om de enige effectenrekening gaat die aan de belastingplichtige kan worden toegeschreven. Dit vak moet echter wel worden aangevinkt als de belastingplichtige anderzijds titularis is van een of meer andere effectenrekeningen.

Wat met de rekeningen van minderjarigen?

Kunnen de effectenrekeningen van minderjarige kinderen ten laste zijn van de ouders? Moet een ouder rekening houden met de effectenrekening(en) die op naam van zijn kinderen werd(en) geopend om te weten of hij vak 1072-92 al dan niet moet aanvinken?

De toelichting geeft geen uitgesproken antwoord op deze vraag.

De administratieve commentaar aangaande de aangifteverplichting van rekeningen in het buitenland is in dit verband echter wel interessant. In het kader van deze aangifteverplichting wordt duidelijk gesteld dat rekeningen die in naam van onmondige minderjarigen werden geopend, door de ouders aangegeven moeten worden.

Naar analogie zouden we daaruit kunnen afleiden dat de rekeningen van minderjarige kinderen worden beschouwd als zijnde ten laste van de ouders. Mogelijk moet een ouder dus vak 1072-92 aanvinken als zijn minderjarige kind over meer dan één effectenrekening beschikt. Hetzelfde geldt als de ouder zelf een effectenrekening heeft en ook zijn kind een effectenrekening heeft.