Goldwasser Exchange

+32 (0)2 533 22 40
Van maandag tot vrijdag vanaf 08u30 tot 18u

Toegang klant

De meedogenloze wereld van de petroleum

Tijdens de OPEC meeting antwoordde Rusland met een “njet” op de vraag om hun productie te verlagen. Als tegenzet heeft Saoedi-Arabië beslist om de markt te overspoelen waardoor de prijs per barrel ineenstortte. Maar in realiteit is dit een duel tussen drie opponenten. Wie zal er als eerste begeven?

Zes maart laatstleden deed er zich een grote verrassing voor tijdens de OPEC+ vergadering in Wenen. Saoedi-Arabië had aan de andere kartel-leden voorgesteld om de dagproductie van 1,5 miljoen barrels per dag te verlagen om de koers per barrel rond de 50 dollar te houden.

Het akkoord leek in kannen en kruiken 

Het was drie jaar geleden dat er nog ens een akkoord was tussen de drie grootste olieproducenten ter wereld (Arabië, Rusland en de VS) met de bedoeling de olieprijs op peil te houden. In december aanvaardden de olieproducerende landen een eerste daling van 2,1 miljoen vaten, maar door de achteruitgang van de mondiale vraag ten gevolge van de pandemie waren ze verplicht een tweede daling door te voeren.

Maar deze keer weigerde Rusland het spel mee te spelen en sloegen ze de deur achter zich dicht. Als represaille besliste Saoedi-Arabië, onder leiding van kroonprins Mohammed ben Salmane (MBS), om hun pompen wijd open te zetten.

Meteen stortte de prijs per vat ineen.

De ruwe olie, die rond 55 dollar werd verhandeld zakte 30% om uiteindelijk op minder dan 20 dollar uit te komen begin deze week (de prijs van de Brent olie lag rond 22 dollar). Hierdoor kregen de beurzen, die al zwaar te lijden hebben onder de pandemie, een tweede opdoffer te incasseren.

Blufpoker van de Saoedi's?

Saoedi-Arabië heeft het geweer dus van schouder gewisseld. Met hun staatsbedrijf Aramco als tussenpersoon proberen ze nu ten allen prijze hun marktaandeel te behouden. Ze zeggen bereid te zijn 12,3 miljoen barrels/dag op te pompen en dit terwijl de vraag in vrije val is.

Met een oorlogsschat van 500 miljard USD ter beschikking gaan ze ervan uit genoeg munitie te hebben om hieraan te kunnen weerstaan. En om nog wat bijkomende manoeuvreerruimte  te creëren, hebben ze hun schuldplafond verhoogd tot 50% van hun BBP. Bij Aramco blijven ze dus rustig, zelfs bij een olieprijs van 30 dollar.

Hoewel Saoedi-Arabië telkens als winnaar uit een prijzenoorlog kwam, is de huidige situatie onuitgegeven. Aan de ene kant is een mondiale recessie heel waarschijnlijk en aan de andere kant stoten ze niet één, maar twee tegenstanders tegen het hoofd.

We mogen niet vergeten dat het Poetin is (gesteund door gigant Rosneft) die het eerste schot voor de boeg gaf door te weigeren hun quotum te verlagen. Het feit dat hij dit deed, impliceert dat hij zich ook zeker voelt over zijn strategie.

Met 570 miljard USD onder hun matras, waarvan 150 miljard in een staatsfonds is geïnvesteerd, beschikt Rusland over genoeg reserves om de confrontatie aan te gaan. Hun rentabiliteitsdrempel ligt op 42 dollar/vat. Ze beweren het tussen de 6 en 10 jaar te kunnen volhouden aan een prijs van 27 dollar/vat, met de hulp van hun staatsfonds.

Rusland heeft nog redenen om vertrouwen te hebben in hun eigen middelen.Hun handelsbalans heeft een overschot dankzij de opbrengst uit koolwaterstoffen. Sinds 2018 hebben ze een begrotingsoverschot en hun overheidsschuld is van een aanvaardbaar niveau.

Hoewel de export van koolwaterstoffen nog 40% van hun BBP uitmaakt, is Rusland er toch in geslaagd zichzelf minder afhankelijk te maken van buitenlandse import. Afwachten of ze zich zullen kunnen staande houden in de post-coronawereld en in de post-oliecrashwereld.

Een harde noot om te kraken voor de Amerikanen 

Net als in “The good, the bad and the ugly”, de bekende film van Sergio Leone, wordt de strijd met drie gestreden. Want het is namelijk de VS die als derde hond in het spel het meest heeft geprofiteerd van het akkoord tussen Rusland en Saoedi-Arabië.

Op drie jaar tijd steeg de Amerikaanse productie, dat een boost kreeg door de exploitatie van schalie, met 4 miljoen barrels/dag. Hun marktaandeel bleef groeien, terwijl dat van Saoedi-Arabië en Rusland achteruitging.

Toen Poetin voor een grote vertrouwensbreuk zorgde in het contract, had hij het vooral op de Verenigde Staten gemunt. Ongetwijfeld wou hij zich revancheren voor hoe diep de Amerikaanse sancties zijn land raken sedert de annexatie van de Krim.

Poetin heeft de juiste tegenstander gekozen, want de VS bevinden zich in een zwakke positie. Van de drie betrokken landen zijn zij de enige waarvan hun oliemaatschappijen moeilijk een barrelprijs van 30 dollar zouden overleven.

Voor de exploitatie van schaliegas zijn enorme investeringen nodig. De rentabiliteitsdrempel ligt rond 50 dollar per vat. Het merendeel van de bedrijven zitten zwaar in de schulden en de beleggers zijn steeds terughoudender om geld boven te halen. De Amerikaanse petroleumindustrie moet 82 miljard USD aan schulden terugbetalen tegen 2024 en vele uitgegeven obligaties zijn van slechte kwaliteit.

Naar een duurzame omwenteling? 

Sedert de dubbele crash proberen de oliemaatschappijen uit Dakota en Texas wanhopig hun schulden te herschikken.

Ze hebben een rem gezet op hun productie, de uitkering van dividenden geannuleerd en hun investeringsplannen aanzienlijk verminderd. De tanks lopen over. En de petroleum wordt aan 10 dollar per barrel verhandeld.

Buiten de reuzen Exxon en Mobil hebben de meesten het zwaar te verduren.

Saoedi-Arabië heeft gegokt dat Rusland zou plooien. Zo niet zal het de Amerikaanse olie-industrie zijn die het gelag moet betalen. Afwachten of Donald Trump hiermee akkoord zal gaan.

Sommige volgers denken dat Mohammad bin Salman al-Saoed te ver is gegaan.

Omdat hij geen ruzie wou met de Russen, heeft hij zijn dierbare, Amerikaanse bondgenoot tegen zich in het harnas gejaagd.

Als deze crash blijft voortduren, riskeert dit het olie-landschap radicaal te veranderen. Voor wie gaat tanken is de ineenstorting van de prijzen een buitenkans, maar tegelijk misschien een fatale klap voor de sterk vervuilende koolwaterstoffen zoals schaliegas, teerzand en biobrandstof. Maar dit geldt ook voor hernieuwbare energie die in een wereld van goedkope petroleum minder rendabel zal zijn dan vroeger.