Goldwasser Exchange

+32 (0)2 533 22 40
Van maandag tot vrijdag vanaf 08u30 tot 18u

Toegang klant

Covid-19: Was het nodig om alles stop te zetten?

De ontwikkelde landen gaan meer dan 7 triljoen uitgeven om de schok van de lockdown op te vangen. Een gigantische schuld waar de volgende generaties gaan mee opgezadeld zitten. Is het gerechtvaardigd om zo hun toekomst op het spel te zetten? Sommigen vragen zich af of men niet heeft overdreven door miljarden mensen in lockdown te plaatsen. Vroeger zijn er ook epidemieën geweest, maar die hebben geen dergelijke gevolgen met zich meegebracht. Kortom, heeft men eigenlijk niet te veel willen doen?

Tijdens zijn toespraak op 13 maart, waarin hij de bevolking opriep zich klaar te maken voor een pandemie, herhaalde Macron dat hij er alles zou aan doen om de gezondheid van de bevolking en van de bedrijven te beschermen… wat het ook moge kosten. Hij voegde de daad bij het woord en maakte honderden miljarden vrij voor vergoedingen aan gedeeltelijk werklozen, hulp voor zelfstandigen, leningen en waarborgen voor bedrijven, minder strenge betalingsvoorwaarden… Een scenario dat navolging kreeg in de meeste andere ontwikkelde landen.

Door de golf van paniek die ontstond toen bleek dat ze niet waren voorbereid op een pandemie hebben de regeringen alle remmen losgegooid, ze hebben schroeven gelost die normaal voor altijd zouden vast blijven zitten. De Eurogroep heeft zijn leden toegelaten om het deficit over de heilige grens van 3% te laten gaan; Duitsland heeft zijn begroting niet meer in evenwicht gehouden; de Fed en de ECB hebben heel veel liquiditeiten in de economie gepompt door obligaties van middelmatige kwaliteit op te kopen. De reacties waren recht evenredig met wat zich heeft voorgedaan. Maar waren ze niet excessief?

Argument #1: We hebben overdreven met de inschatting van het gevaar. 

Er gaan hier en daar stemmen op om af te zien van deze vlucht vooruit, van deze zelfmoordstrategie. Er worden verschillende argumenten aangedragen die deze stelling ondersteunen. Ten eerste, sommigen denken, terecht of ten onrechte, dat de lidstaten het gevaar overschat hebben. In studies van enkele weken geleden, zoals die van het John Hopkins Center, werd voorspeld dat er miljoenen zouden sterven als men niks zou ondernemen. Zelfs al is het waar dat de lidstaten druppelsgewijs strenge maatregelen namen, dan nog zijn we ver verwijderd gebleven van dergelijke cijfers. Werd alles te zwart voorgesteld?

Er worden ook twee voorbeelden gegeven van pandemieën die voor meer dan een miljoen slachtoffers zorgden zonder dat de economie er erg onder leed: de Aziatische griep (1956-1958) en die van Hong Kong (1970). Die laatste was met 25.000 tot 40.000 doden zelfs maar een voetnoot in de kranten. Hoewel hij dodelijk was – de lichamen stapelden zich op in ziekenhuizen en mortuaria – ging deze griep quasi ongemerkt voorbij. Toentertijd waren de mensen met andere dingen bezig. Waarom heeft dit huidig virus dan voor zo’n paniek gezorgd?

Anderen werpen hiertegen op dat Covid-19 een nieuwe soort van besmetting is, één waar geen behandeling en geen vaccin voor is. Hoewel de wetenschappers de laatste vijf weken de werking van het virus al veel beter begrijpen, blijven er nog ontelbaar veel vragen betreffende de dodelijkheid, de verspreiding, de immuniteit van de dragers, wat het doet in het menselijk organisme, de eventuele mutaties, de bestendigheid tegen warmte enz.Kortom met wat we vandaag weten blijft het virus een enigma en moet het als gevaarlijk beschouwd worden. Covid-19 kan in elk geval niet vergeleken worden met een gewone griep, het is erger.

Dit gezegd zijnde is de hoofdreden voor de opgelegde quarantaine natuurlijk het feit dat de overheden hier totaal niet op voorbereid waren. Met enige vertraging hebben de regeringen beseft dat de ziekenhuizen riskeerden overspoeld te worden door de toevloed aan zieken, voornamelijk op de intensieve zorg-afdelingen. Ze begrepen dat als het medisch front zou vallen, het alles in zijn val zou meenemen. Niet alleen zou de epidemie zich verspreiden, maar ook de tienduizenden andere ernstig zieken zouden het gelag betalen. Een valkuil die ten allen prijze moest vermeden worden. Het gevaar was dus heel groot, iets wat onderschat leek te worden door zij die de epidemie relativeerden.

Argument #2: “Er gebeuren ergere dingen in de wereld dan Covid-19.” 

Dit is één van de argumenten die de filosoof André Comte-Sponville, als een echte beeldenstormer, opwierp: hij was heel kritisch op de manier waarop de epidemie werd gedramatiseerd. Hij veroordeelde de media-gekte door er aan te herinneren dat er ieder jaar 600.000 Fransen sterven, waarvan 150.000 aan kanker. Dat er miljoenen kinderen aan ondervoeding sterven. Het lijkt wel of die allemaal vergeten zijn en we enkel maar aandacht schenken aan de slachtoffers van het coronavirus. Alsof de andere ziekten deel uitmaken van de natuurlijke gang van zaken.

Comte-Sponville veroordeelt terecht de media-bubbel waarin we zijn ondergedompeld en waar er alleen maar sprake meer is van het coronavirus. Maar hij lijkt wel de dynamiek te onderschatten die eigen is aan epidemieën, die ze onderscheidt van andere problemen inzake de publieke gezondheid. Per definitie verspreiden epidemieën zich, ze doen dit exponentieel en kunnen mogelijks een ganse bevolking besmetten. Meteen heeft iedereen ermee te maken, zelfs al wordt er slechts een minderheid effectief ziek. Vandaar dat de overheden op iedereen rekenden om de verspreiding van het virus in te dijken. De strijd tegen het virus is een collectieve strijd geworden, een “oorlog” (Macron) tegen een “onzichtbare vijand” (Trump). Hoewel er meer slachtoffers vallen door kanker, cardiovasculaire aandoeningen, auto-ongevallen en armoede, wordt er toch niet in die termen over gesproken.

Argument #3: Waarom moeten de toekomstige generaties de rekening betalen? 

Het was opnieuw diezelfde Comte-Sponville die met de voet vooruit ging door op te merken dat de gemiddelde leeftijd van wie aan Covid-19 sterft 81 jaar is, en dat hij dus niet begrijpt waarom de generaties die nog hun ganse leven voor zich hebben moeten opgeofferd worden voor zij die het grootste deel van hun leven achter zich hebben. Hij zegt: “Niet elke dode is evenveel waard” en “het is erger om op 20 jaar dan op 80 jaar te sterven”. Een mening die choquerend kan lijken, want een maatschappij steunt op andere zaken dan een utilitaristische en telbare moraal. Ze berust op hogere waarden dan het nuttige, zoals bij voorbeeld het idee dat elk leven kostbaar en uniek is, zelfs al heeft dat leven bijna zijn einde bereikt. Maar Comte-Sponville heeft wel de verdienste dat hij zijn moraal ook op zichzelf toepast. Hij verklaarde namelijk dat hij zijn leven, als 68-jarige, minder kostbaar beschouwt als dat van zijn kinderen en kleinkinderen.

Comte-Sponville vindt dus dat wij meer aansprakelijk zijn voor onze kinderen dan voor onze ouderen. Tegenover hen moeten wij onze verantwoordelijkheid nemen. Door deze crisis zal in landen met nu al een heel zware schuldgraad zoals Italië, Spanje, Frankrijk en België, de belasting op hen ongezien hoog worden. Hoe zullen de komende generaties, die bovendien moeilijk aan werk zullen geraken, een dergelijke schuld terugbetalen? Zonder er dan nog rekening mee te houden dat ze ook de pensioenen van een steeds groter wordende groep ouderen zullen moeten betalen. Dat is een ondraaglijke last die sommige economisten zoals Paul De Grauwe doet voorstellen om eenvoudigweg een deel van die schulden te kwijt te schelden.

 

Argument #4: Door de lockdown is “de remedie erger dan de ziekte”.

“Er zullen meer mensen sterven door de desastreuze economische situatie dan door het virus.” Dat zijn de woorden van Trump, die vóór november een opleving van de Amerikaanse economie nodig heeft om herverkozen te raken. We hoeven u niet te zeggen dat dit geen neutraal argument is. Trump wil zo snel mogelijk een einde van de lockdown. Maar objectief gezien heeft hij gelijk. De quarantaine was nodig doordat de regeringen niet voorbereid waren en niet in staat waren de epidemie met goedkopere middelen in te perken. De lockdown is echter niet productief. Hij voegt enkel een ramp toe aan een andere ramp. Volgens het INSEE, het Frans Nationaal Instituut voor de Statistiek en Economische Studies,  komt elke maand van stilstand neer op een krimp van 3% van het BBP van Frankrijk.

Als deze gezondheids-chaos gepaard zou gaan met een ineenstorting van de economie zou dat catastrofaal zijn, ook voor alles wat met de gezondheid te maken heeft. Het is dus van het grootste belang dat de machine weer op gang komt, opdat de epidemie niet zou opflakkeren. Een heel moeilijke afweging die slechts kan slagen als aan bepaalde veiligheidsmaatregelen voldaan worden. We moeten eerder een progressieve herneming (in U-vorm) verwachten dan een brutale opleving (in V-vorm). Een kenner merkte op dat we pas zouden terugkeren naar een normale situatie op de dag dat we opnieuw zorgeloos met vrienden op restaurant gaan. Daar zijn we nog lang niet.

Argument #5: Er zullen steeds meer pandemieën komen. We worden er maar beter aan gewoon en moeten ermee leren leven. 

Dat is het standpunt dat André Choulika, baas van een biotechbedrijf, innam in een column in l’Obs (Frans politiek-economisch weekblad, nvdr).

Volgens hem is deze pandemie nog niet “The Big One”, maar wordt ze zo voorgesteld door een ongelooflijke mediadruk. Uit ervaring weet hij dat niets het virus zal kunnen tegenhouden, en zeker geen tijdelijke lockdown. Zolang de bevolking geen groepsimmuniteit ontwikkelt of er een vaccin gevonden wordt, zal het virus altijd wel een manier vinden om zich te verspreiden.

De specialisten lijken het erover eens: dit coronavirus zal bij ons blijven. Er zullen nog andere virale epidemieën ontstaan. Dat zal “het nieuwe normaal” zijn. We kunnen er ons maar beter mentaal op voorbereiden, genoeg medische apparatuur in voorraad hebben, in staat zijn de dragers van het virus te identificeren en hun contacten na te gaan, en inventief genoeg zijn om ondertussen voldoende ‘social distancing’ toe te passen. In elk geval mogen we niet meer in de val trappen onze economieën te laten verlammen en de wereld tot stilstand te laten komen.