Goldwasser Exchange

+32 (0)2 533 22 40
Van maandag tot vrijdag vanaf 08u30 tot 18u

Toegang klant

Europa staat voor een uiterst gevaarlijke periode

Slecht karma! Net nu Europa begon te herstellen dreigt een tweede Covid-19 golf alles in duigen te gooien. Verschillenden landen, zoals Spanje en Frankrijk, hebben het hard te verduren. Een nieuwe lockdown zou rampzalige gevolgen hebben en moet te allen prijze vermeden worden. In tussentijd is er ook nog steeds geen Brexit-akkoord. Een “No Deal” kan voor duizenden Europeanen de – financiële - doodsteek betekenen. Een eventueel tweede mandaat voor Donald Trump zou eveneens slecht nieuws zijn, iets wat Europa nu echt kan missen als kiespijn.

Gedurende gans de zomer blies er een relatief optimistische wind doorheen Europa, dat zich stilaan kon ontdoen van de lockdown. De toeristische sector lag nog steeds op apegapen, maar de terrasjes liepen vol en er was veel volk op de stranden. In veel industriesectoren werd de activiteit hervat en de achterstand ingehaald. Sommige macro-economische cijfers bleken beter of op zijn minst minder dramatisch dan voorzien. Bewijs daarvan was het tussentijdse rapport van de OESO over de economische vooruitzichten.

Die opleving was zeker niet uniform. We konden grote discrepanties vaststellen, afhankelijk van de sector of het land. De industriesector kwam weer bij zijn positieven. Karl Gunther Deutsch, onderzoeksdirecteur van de Federatie van de Duitse industrie, bevestigde een verbetering van de activiteitsgraad, ondanks de aanhoudende malaise in de automobielsector (de verkoop in Europa daalde met 18%). In Frankrijk vonden twee op de drie ondernemingen het niet nodig om een beroep te doen op de noodmaatregel van de regering om overbruggingskredieten toe te kennen, en 76% van de bedrijfsleiders toonde zich enigszins optimistisch om opnieuw mensen aan te nemen en te investeren. De dienstensector daarentegen – vooral dan het toerisme, de hotelsector, de kleinhandel, de horeca en de vrijetijdsector – lag niet meer in de bovenste lade bij de consument. Het vertrouwen keerde slechts druppelsgewijs terug.

Een tweede schokgolf voor de economie?

Helaas vormde de zomer slechts een overgangsperiode. In september kwamen we opnieuw in zwaar weer door een combinatie van twee tegenovergestelde golven. De zo gevreesde tweede Covid-19 golf ging gepaard met een grote ontslaggolf in sommige grote bedrijven. Het meest frappante voorbeeld hiervan was het ontslag van 9.500 arbeiders bij vrachtwagenbouwer MAN in Nürnberg (Beieren). Dit was een echte wake-up call voor de Duitse auto-industrie die – rechtstreeks en onrechtstreeks – werk biedt aan 2 miljoen mensen. Ook was dit een slecht voorteken voor Europa, dat voor een gezonde economie sterk afhankelijk is van de Duitse locomotief.

Het geldt voor gans Europa dat de activiteitsgraad ter plaatse trappelt. Eind september verklaarde Christine Lagarde, voorzitter van de Europese Centrale Bank, dat de opleving in Europa onzeker, onvolledig en ongelijk verliep. En de Markit index van de aankoopdirecteurs zakte in september van 51,9 naar 50,1, wat aanzienlijk lager is dan wat de economen verwacht hadden. Sindsdien is de situatie nog verder bergaf gegaan.

Als de opflakkering van de epidemie van lange duur zal blijken, komt ze er op het slechtst mogelijke moment. De industriesector heeft zich wel voorbereid op een nieuwe onderbreking door procedures in te stellen om de continuïteit van de productie te vrijwaren en de bevoorradingsketen draaiende te houden. De dienstensector zal echter zwaar getroffen worden door een tweede Covid-golf en de daarmee gepaard gaande resem van allerlei beperkingen op verplaatsingen, werk en winkelen.

Bovendien is het zelfs niet zeker dat Europa over genoeg middelen beschikt om het hoofd te bieden aan een tweede golf. In de lente hebben de regeringen miljarden uitgegeven om hun economie te ondersteunen, de vliegtuigmaatschappijen te redden, de KMO’s en de zelfstandigen te helpen, en de gedeeltelijk werklozen te vergoeden. Het is trouwens dankzij deze artificiële zuurstoffles dat het werkzaamheidsniveau in Europa op peil kon blijven. Vanaf nu zal het afwachten worden of de Europese landen over genoeg munitie beschikken om hun economieën een tweede keer recht te houden. En dat is heel twijfelachtig. De meeste programma’s voor een tegemoetkoming bij gedeeltelijke werkloosheid liepen in september af, en heel wat arbeiders, vooral de laagst geschoolden, dreigen zonder inkomen te vallen.

Spanje, de nieuwe zieke man van Europa

Zelfs vóór de tweede golf merkten kenners al dat de opleving van de Europese economie er één was met twee snelheden. In september had Christine Lagarde gewaarschuwd voor een verdere uitdieping van de verschillen tussen de landen uit het noorden en die uit het zuiden. Maar van naderbij bekeken stelt men ook onderlinge verschillen vast tussen de zuiderse landen. En in tegenstelling van wat verwacht werd, trekt Italië zich veel beter uit de slag dan Spanje. De beleggers maken zich dan ook zorgen over wat er in Spanje zal gebeuren.

Terwijl in Italië de industriële productie in augustus een stijging van 7,7% liet optekenen ten opzichte van juli, dankzij een opleving van hun industrieën, meer bepaald de auto- en de modesector, was de situatie in Spanje veel problematischer. In september maakte de Nationale Bank van Spanje haar verwachtingen bekend en ging daarbij uit van twee mogelijke scenario’s in functie van de evolutie van de pandemie. Bij een relatief optimistisch scenario, waarbij de economische activiteit niet geremd wordt door de coronamaatregelen, zou de groei in 2020 met 10,5% dalen en tot in 2022 negatief blijven. Bij een pessimistisch scenario zou de groei in 2020 met 12,5% dalen en in 2022 nog steeds met 6%, in vergelijking met het niveau van 2019. Bij beide scenario’s gaat men er van uit dat tegen halfweg 2021 alle beperkingen opgeheven zullen zijn dankzij het vaccin.

Het feit dat Spanje er slecht voor staat is aan verschillende factoren te wijten. Het land, dat inderdaad zwaar op de proef werd gesteld door Covid-19, heeft een strenge lockdown achter de rug. Op politiek vlak is het land onstabiel door de separatistische opstoten in Catalonië. De linkse regering van Pedro Sanchez heeft nog maar net de noodtoestand uitgeroepen in de regio Madrid om de tweede coronagolf in te dijken, en de beslissing wordt in de straten reeds gecontesteerd door de extreem rechtse partij Vox. En er is ook nog niet gestemd over de begroting. De centrumrechtse oppositie eist namelijk dat de overheidsuitgaven zouden gecontroleerd worden door een onpartijdig orgaan om elke vorm van vriendjespolitiek te vermijden.

Spanje heeft ook met structurele problemen te kampen. Ze kennen een hoge werkloosheid, vooral bij jongeren (40%), en hun economie hangt sterk af van het toerisme, dat uitermate kwetsbaar is bij een pandemie. Het ratingsbureau S&P Global Ratings beoordeelt de economische perspectieven van Spanje als slecht en het is dan ook de algemene verwachting dat hun rating naar beneden zal aangepast worden. We merken trouwens ook dat er druk zit op de Spaanse rentevoeten en dat de spread met de Italiaanse rentevoeten groter wordt. De beursindex IBEX 35 heeft ongeveer 30% verloren ten opzichte van begin dit jaar, dat is tweemaal zoveel als de STOXX 600. Sommige analisten verkondigen dan ook dat de Spaanse aandelen goedkoop zijn.

Brexit: nog steeds geen akkoord in zicht

Alsof er nog niet genoeg problemen zijn, ook de knagende Brexit-kwestie is nog niet geregeld. Zal de regering van Boris Johnson definitief de deur dichtgooien? Nu de uiterste beslissingsdatum vervaarlijk dichterbij komt, vragen velen zich dat af. Boris Johnson had die datum vastgeprikt op 15 oktober, de EU op 31 oktober. In de wandelgangen wordt er gefluisterd dat als de onderhandelingen gedeeltelijk gedeblokkeerd worden, Boris Johnson bereid zou zijn verder te praten tot eind oktober. Dat wordt nipt, zeker wat betreft de twee grote horden die nog moeten worden genomen: de visserij in Britse wateren, waarmee vooral Frankrijk niet opgezet is (Londen wil daarvoor quota opleggen), en de spelregels betreffende het billijkheidsprincipe waarbij Londen de eigen industrie niet overmatig mag subsidiëren.

Hoeft het nog gezegd: een “no-deal Brexit” zou voor nog een bijkomende aardschok zorgen in Europa. Iets wat Europa nu echt niet nodig heeft. Volgens het Halle Institute for Economic Research zouden er op het vasteland 700.000 jobs bedreigd worden met als grootste slachtoffer Duitsland dat er 170.000 zou verliezen. Door het heffen van douanerechten zou de export van goederen en diensten van de EU naar het Verenigd Koninkrijk met 41% dalen, wat 0,25% zou wegvegen van het BBP van de 27 lidstaten. In de landbouwsector zou de uitvoer met 63% dalen. De automobielindustrie zou het zwaarst getroffen worden. Dit zou zijn weerslag hebben in Duitsland, vanzelfsprekend, maar ook in Spanje, Tsjechië, Slovakije en België. Het VK zou nog slechter af zijn. Uit een studie blijkt dat de impact van een no-deal Brexit op 5,7% van het BBP zou uitkomen.

Een tweede termijn voor Trump: een lijdensweg van vier jaar

Donald Trump heeft het nooit weggestoken. Hij verwijt het de Europese landen dat ze profiteren van Amerika. Ze dragen te weinig bij aan de uitgaven van de NAVO en ze verbieden Amerikaanse producten die niet voldoen aan de EU-normen. Indien hij herverkozen wordt, zou Trump vrij spel hebben en de douanetarieven op Europese producten verhogen om zo te proberen de Amerikaanse handelsbalans, die nu zwaar in het rood staat, terug in evenwicht te krijgen. De Duitse auto’s en de Franse wijn dreigen in de brokken te delen. Dit alles, samen met een tweede Covid golf en een no-deal Brexit, zal Europa met moeite te boven komen.

Met een overwinning van Joe Biden op 3 november zouden de banden tussen Europa en Amerika daarentegen terug aangehaald worden. De beiden zouden zich in heel wat materies kunnen vinden: van de klimaatopwarming over de strijd tegen de pandemie tot de relaties met China. Zonder het echte wittebroodsweken te noemen: een meer ontspannen en vriendschappelijke relatie tussen de VS en Europa zou in deze tijden meer dan welkom zijn.