Goldwasser Exchange

+32 (0)2 533 22 40
Van maandag tot vrijdag vanaf 08u30 tot 18u

Toegang klant

Ant, het fintechbedrijf waar de Chinese machthebbers bang voor zijn

Het werd aangekondigd als de grootste beursgang in de geschiedenis. Een grotere kapitaalronde dan de IPO (Initial Public Offering, nvdr) van Aramco. Maar op de valreep kwam de Chinese marktregulator tussenbeide en schortte de operatie op. Waarom? Het gigantische fintechbedrijf stelde de Chinese staatsbanken, die onderworpen zijn aan striktere regels, in de schaduw. De ware reden ligt echter nog elders. Het Chinese regime is namelijk geen voorstander van een machtskern waar ze geen greep op hebben.

De ganse zaak kwam op de Aziatische markten over als een donderslag bij heldere hemel. Enkele dagen voor de eerste beursnotering van de groep Ant heeft de Chinese overheid de grootste IPO uit de geschiedenis afgeblazen. Er zouden 3,3 miljard effecten gelijkmatig verdeeld worden over de beurzen van Shanghai en Hong Kong. Ant hoopte 37 miljard op te halen, wat de beurswaarde van de groep op 316 miljard dollar zou brengen. Dat is meer dan vooraanstaande banken als JP Morgan en Bank of America. De annulering van de IPO is een enorme ontgoocheling, zeker voor de beleggers die erin waren geslaagd effecten te reserveren en hoopten binnen een dag 20 tot 30% winst te maken.

Zoals alles wat met China te maken heeft, spreken we ook in de Ant saga met superlatieven. Ant is de financiële poot van gigant Alibaba/Taobao, het grootste Chinese onlineplatform. Ant heeft de betaalapp Alipay als historische pijler, een app die de Chinezen dagelijks gebruiken om hun onlineaankopen via de smartphone te betalen.

Alipay is dus het Chinese equivalent van PayPal, met als enige verschil dat er met Alipay 24 keer meer betalingen worden uitgevoerd. In 2019 bracht Alipay 700 miljoen actieve gebruikers in contact met 80 miljoen handelaars voor een totaal bedrag van 17 triljoen dollar. Als u weet dat Alipay gemiddeld  0,1% transactiekosten binnenrijft, is dat de jackpot.

Een financiële grootmacht in expansie

Het staat buiten kijf dat Ant, aangedreven door de ambitieuze Jack Ma, oprichter van Alibaba en tweede rijkste Chinees, het daar niet zal bij laten. Dankzij zijn enorm aantal vaste klanten heeft Ant geleidelijk aan nieuwe diensten aan de basisapp toegevoegd: verzekeringen, fondsenbeheer, spaargeldbeheer voor de kleine spaarder, credit scoring enz.

De meest lucratieve activiteit van de groep is echter consumentenkrediet, waarbij Ant als tussenpersoon fungeert tussen de banken en de kredietnemers. De toegestane leningen behelzen meestal microkrediet. De naam Ant (mier) is dus niet zomaar gekozen. De bedoeling ervan was, officieel toch, om ervoor te zorgen dat ook de Chinezen die het niet zo breed hebben over wat geld konden beschikken.

We zijn echter in China, een land waar een klein beekje snel een grote rivier kan worden. Als men al die kleine leningen optelde, ontstond er snel een gigant. Die kredietactiviteiten maken al 40% op van de omzet van de groep, en 20% van de markt voor consumentenkrediet. In 2019 leende Ant dan ook een som van 230 miljard dollar uit aan 500 miljoen klanten.

Opvallend feit: deze reus is niet aan dezelfde regels onderworpen als de andere kredietinstellingen, in casu de staatsbanken. Als tussenpersoon strijkt Ant 2,5% commissie op voor elke lening die ze succesvol onderhandelen tussen de bankpartners en de kredietnemers. Ants toegevoegde waarde zit hem in het feit dat ze de klanten in contact brengen met de banken en dat ze gegevens doorspelen betreffende hun koopgewoonten en hun financiële stabiliteit. In ruil daarvoor moet Ant slechts 2% van het geleende bedrag financieren, het saldo is voor rekening van de banken. Hierdoor hoeft Ant minder eigen vermogen te voorzien dan de kredietinstellingen. Maximale winst, minimaal risico: voor Ant is dit de kip met de gouden eieren.

Een dergelijk concurrentieonevenwicht tussen de traditionele kredietinstellingen en de fintech-gigant viel niet in de smaak van de staatsbanken, die één van de pijlers van het regime zijn en de financieel gewapende hand van de Chinese economie. De oude garde ging zich niet laten doen door een storende factor als Jack Ma, te vergelijken met een Steve Jobs of een Elon Musk, innovatieve mannen die gebruik maken van het digitale tijdperk om een marktrevolutie te ontketenen. En de IPO die de groep Ant nog miljarden extra zou opbrengen dreigde de balans te doen overslaan in het voordeel van een steeds autonomere en meer gedereguleerde financiële wereld.

Xi Jinping is boos

Het was een toespraak van Jack Ma, enkele dagen vóór de IPO, die het vuur aan de lont stak. Zonder enige omzichtigheid keurde hij de “globale bankreglementen” die zijn opgelegd door een “groep oudjes” af en hij zei dat ze niet meer toepasbaar zijn in China, een land in volle ontwikkeling. En dat was nog niet alles. Hij vindt ook dat de banken zijn blijven hangen in de mentaliteit van een “pandjeshuis”. Door te angstig te zijn en te geobsedeerd bezig te zijn met riskmanagement waren ze niet in staat innovatie te financieren, waarvoor men toch enig risico niet mag schuwen.

Een zeer liberaal discours dat regelrecht inging tegen de banken en, volgens de Wall Street Journal, in het verkeerde keelgat schoot bij president Xi Jinping. Hij zou persoonlijk zijn tussengekomen bij het regularisatieorgaan om zodoende de IPO op te schorten.

Jack Ma was duidelijk te ver gegaan in een China dat echt wel voor vooruitgang is, maar toch blijft vasthouden aan financiële stabiliteit, wat ze als een cruciale pijler voor hun nationale veiligheid beschouwen. Begrijpelijk in een land waar de totale schuld (overheid en privésector) de 300% van het BBP overschrijdt en waar een gevaarlijke vastgoedzeepbel is ontstaan. Nog een moraal van het verhaal: in China mag geen enkel bedrijf en geen enkele persoon, zelfs Jack Ma niet, zich boven de staat plaatsen. En dit is zeker het geval in een China dat onder het bewind van Xi Jinping terug een meer autoritaire weg is ingeslagen.

Aangezien China het zich niet kan permitteren de groep Ant, één van hun technologische paradepaardjes, te slachtofferen, zal de IPO dus enkele maanden uitgesteld worden zodat het regularisatieorgaan nieuwe financiële beperkingen kan opleggen aan de ‘fintechs’. Vanzelfsprekend zal dit een weerslag hebben op de waardebepaling van Ant en evenzeer op de beursintroductieprijs. Indien de regulator de fintechs verplicht 20% van de leningen voor te schieten, kan de waarde van Ant met 45 tot 50% kelderen. De koers-winstverhouding, die voor de IPO op 48 stond, zal dan in de buurt van die van de banken komen. Maar misschien houdt Ant nog wel wat ademruimte over. Als de groep verplicht wordt om kapitaal te voorzien voor leninggaranties, wat in de lijn der verwachtingen ligt, zou Ant die leningen op een zodanige manier kunnen securitiseren dat het risico verschoven wordt naar derden.

Ondanks alles is China toch het nieuwe eldorado

Hoe het ook zij, het uitstel van de IPO van de groep Ant kon op geen slechter moment komen. Toen ze er nog een goed oog op hadden, streefde China drie doelstellingen na. Ten eerste, bewijzen dat ze geen Amerikaans financieel bolwerk nodig hebben door zelf een grootscheepse IPO te lanceren op Chinees grondgebied. Mocht die doorgegaan zijn, zou de gezamenlijke waarde van de IPO en de secundaire noteringen op de beurzen van Shanghai en Hong Kong hoger gelegen hebben dan die van de Nasdaq. Ten tweede, de Chinezen zouden bewijzen dat ze Hong Kong konden blijven gebruiken als financieel centrum, hoewel deze “speciale administratieve regio” onder de knoet wordt gehouden. Hiermee zou tevens het bewijs geleverd zijn dat de Chinese normering het gehaald heeft op de verdediging van de mensenrechten. Ten derde, deze IPO zou naar de financiële wereld toe hét signaal geweest zijn dat de Chinese beurzen steeds professioneler worden en dat China, dat een dwingende nood heeft aan kapitaal om zijn ontwikkeling te financieren, zijn markten meer open wil stellen voor beleggers van over heel de wereld.

De handelsoorlog tussen China en de VS, die zich momenteel op het technologiefront afspeelt, heeft paradoxaal genoeg geen rem gezet op de honger naar Chinese financiële producten van internationale beleggers. Volgens Fitch Ratings zouden de buitenlandse institutionele beleggers al voor 20% Chinese staatsobligaties bijgekocht hebben. In totaal zouden ze ongeveer 12% van de Chinese staatsobligaties in handen hebben. Die grote institutionele beleggers, zoals het fonds BlackRock en de banken Citigroup en JP Morgan Chase, zouden de opdracht gekregen hebben om in versneld tempo bij te kopen. Het is inderdaad zo dat de Chinese obligaties op 10 jaar met een intrest van 3,18% toch aantrekkelijker klinken dan de 0,8% die de Amerikaanse staatsbons met eenzelfde looptijd bieden.

Om te anticiperen op eventuele, toekomstige handelssancties hebben de Chinezen hun markten sneller opengesteld voor internationale beleggers, die, van hun kant, op zoek zijn naar nieuwe opportuniteiten. Door te benadrukken hoe goed ze zich geïntegreerd hebben binnen de mondiale financiële markten maakt China het andere landen moeilijker om handelssancties tegen hen in te voeren. En ondanks de verrassende annulering van de IPO van Ant, die ons eraan herinnert dat China een onvoorspelbare speler blijft en dat de staat steeds het laatste woord heeft, heeft China de troeven in handen om het volgende beleggers-eldorado te worden.