Goldwasser Exchange

+32 (0)2 533 22 40
Van maandag tot vrijdag vanaf 9u tot 17u30

Toegang klant

De inflatie steekt weer de kop op. Redenen om ons zorgen te maken?

Terwijl de inflatie al 10 jaar gemiddeld zo’n 1,5% bedraagt, heeft ze nu weer aan kracht gewonnen. Oorzaak is het forse herstel van de consumptie. De centrale banken stellen ons echter gerust. Dit zou slechts een tijdelijke situatie zijn die zal opgeklaard raken zodra het aanbod zich heeft aangepast aan de vraag. Sommige economen zijn echter sceptischer. Zij zien een echte dreiging opdoemen aan de horizon. En op het terrein merken we dat de prijzen in vele sectoren de lucht inschieten.

De cijfers spreken voor zich. De inflatie steekt de neus aan het venster. In de Verenigde Staten stegen de prijzen in april met 0,8% ten opzichte van maart en met 4,2% op jaarbasis. Als we rekening houden met de onderliggende inflatie – waarbij abstractie is gemaakt van de energie- en voedselprijzen – ligt die stijging op respectievelijk 0,9% en 3%. In april was het de prijs van tweedehands auto’s (+10%) die de bepalende factor was in de inflatietoename. Dit kwam door de lange levertijden voor nieuwe wagens door een gebrek aan halfgeleiders. Ook de transportkosten, meer bepaald die van luchtvracht, kenden een forse hausse. De energiekost nam lichtjes af, maar op jaarbasis was daar echter ook al 50% bijgekomen.

Donderdag 10 juni kennen we het inflatiecijfer van de maand mei. Een cijfer waar angstvallig wordt naar uitgekeken. Volgens de economenconsensus zou het op jaarbasis 4,7% worden en 3,4% voor de onderliggende inflatie. Voor het tweede kwartaal zou de onderliggende inflatie op 3,8% uitkomen, dat is de gemiddelde schatting van 71 door Bloomberg bevraagde economen.

Hoewel het minder uitgesproken is dan in de VS, stellen we ook in Europa een hervatting van de inflatie vast. In mei bereikte die 2% (tegenover 1,6% in april). Dat cijfer ligt reeds hoger dan wat de ECB zich tot doel had gesteld, namelijk een inflatie “die in de buurt van 2% ligt, maar er toch onder blijft”. De economen mikken op 2,5% voor het tweede halfjaar.

De prioriteit van de centrale banken is economisch herstel

De machtige schatkistbewaarders lijken nochtans niet echt wakker te liggen van die inflatiestijging. Jerome Powell, voorzitter van de Fed, vermoedt dat ze slechts tijdelijk zal zijn en zal afnemen zodra het aanbod zich kan aanpassen aan de vraag.

Een dergelijke discrepantie is typisch voor wanneer men uit een recessie komt. Doordat de consumenten meer dan een jaar in lockdown zaten, willen ze nu maar één ding en dat is in overdrive gaan, maar de productiecapaciteit van de industrie, die ook op een laag pitje draaide, staat nog niet op het niveau van voor de pandemie. De verwerkende sector lijdt tevens onder de breuken in de bevoorradingsketen, het tekort aan halfgeleiders en de prijsstijgingen van grondstoffen en transport. Er zal enige tijd nodig zijn om uit die wurggreep te ontkomen en opnieuw een evenwicht te bereiken tussen vraag en aanbod. Waarschijnlijk zal dat niet vóór 2022 gebeuren.

De Fed heeft al laten weten dat ze niet gehaast is om de rentevoeten te verhogen zolang de arbeidsmarkt niet op hetzelfde niveau staat als vóór de pandemie. 7,5 miljoen Amerikanen hebben nog geen nieuwe job en de werkloosheidsgraad blijft hoog naar Amerikaanse normen (5,8%). Minister van Financiën Janet Yellen, die aan het roer staat van het relancebudget, verwacht nu dat de inflatie 3% zal bereiken. Zij vindt dat echter iets “positiefs” voor de samenleving. Tegen degenen die vrezen dat de drie grote steunplannen van Joe Biden, voor een bedrag van bijna 6 triljoen dollar op 10 jaar, mogelijk voor een inflatie zullen zorgen, heeft Janet Yellen gezegd dat dit slechts om 400 miljard dollar van de jaarlijkse uitgaven gaat. Een te laag bedrag om een prijsstijging in gang te zetten.

Bij Christine Lagarde horen we een zelfde geluid. De voorzitster van de ECB relativeert de nieuwe inflatie, ze wijt ze vooral aan de gestegen energieprijzen. Haar prioriteit is om bovenal “gunstige financieringsvoorwaarden” te creëren om het economisch herstel alle kansen te geven. Zolang de inflatie geen kritieke grens overschrijdt, zullen de rentevoeten laag blijven en zal de ECB doorzetten met haar PEPP-programma (Pandemic Emergency Purchase Programme, nvdr). Ze heeft er de middelen voor. In maart was nog maar iets meer dan de helft van de in het PEPP-programma voorziene 1,850 triljoen euro uitgegeven.

De economische beleidsmensen – zowel op monetair als op budgettair vlak - hebben met andere woorden alles in het werk gesteld om de relance in goede banen te leiden en houden geen rekening met een langdurige opleving van de inflatie. Op basis van recente ervaringen lijkt deze strategie gerechtvaardigd. We herinneren ons dat in Europa de ECB, in de nasleep van de crisis van 2008, te lang geaarzeld heeft uit vrees voor een inflatie die echter nooit werkelijkheid is geworden. Het duurde te lang eer de ECB kwantitatieve versoepelingsmaatregelen nam, wat dan weer tot de nationale-schuldencrisis leidde en een steriel besparingsbeleid. Deze keer wisselde de ECB het geweer van schouder en gaat ze all-in voor een relance.

Al een jaar lang wordt er achteloos geld uitgegeven

Volgens sommigen helt de balans echter te ver naar de andere kant en nemen de schatkistbewaarders hun wensen voor werkelijkheid. De kritische stemmen zijn nog in de minderheid, maar indien de inflatie blijft duren zullen velen die rangen vervoegen. Een van de bekendste daarvan is Lawrence (Larry) Summers, oud-minister van Financiën onder Bill Clinton, en zeker geen politiek tegenstander van Joe Biden, want het is een Democraat. Summers hoort bij degenen die aan de alarmbel trekken. Hij verklaarde dat het vroeger “de gewoonte van de Fed was om de kom met punch weg te nemen zodra het te plezant werd, maar dat de huidige Fed-doctrine is te wachten tot het gezelschap onder invloed van de drank is en dan pas de kom met punch weg te nemen”. Met andere woorden: als het te laat is.

Summers vreest voor een nieuwe inflatie met dubbele cijfers zoals die ook ontstond met het “Great Society”-plan van president Lyndon Johnson - dat gelijkenissen vertoont met het sociaal plan van Joe Biden. Toentertijd doorkruiste die hoge inflatie gans de jaren ’60 en ’70, tot aan het presidentschap van Ronald Reagan. Hij denkt dat de triljoenen die in de economie gepompt worden de dollar in waarde zullen doen dalen en een nieuwe inflatiegolf teweeg zullen brengen. De wens van Joe Biden om de lagere lonen op te trekken en de ongelijkheden te minderen – een beleid dat Summers nochtans steunt – zou de inflatiedruk nog verhogen.

De astronomische bedragen die zijn vrij gemaakt door de geavanceerde economieën om de covidcrisis te boven te komen zijn werkelijk ontzagwekkend.  Volgens het International Institute of Finance is de wereldwijde schuld in 2020 opgelopen met 24 triljoen, waarvan de helft gebruikt is voor nationale steunplannen. In 2021 zal daar nog 10 triljoen bijkomen.

Daar komt nog een ander massaal bedrag bij, namelijk het geld dat de gezinnen onvrijwillig gespaard hebben tijdens de lockdowns. Volgens Moody’s bedraagt dat bijkomende spaargeld zo’n 5,4 triljoen dollar. Dat bedrag wordt, enkel in de VS, geschat op 2,6 triljoen, want daar worden de genereus uitgedeelde cheques van de federale regering onder Donald Trump en Joe Biden bijgeteld. Een derde van dat totale bedrag zou nog dit jaar door de consumenten uitgegeven worden als compensatiegedrag of als een soort van instant genoegdoening, wat eveneens de prijzen in de hoogte kan stuwen.

Andere economen kijken nog verder in de toekomst en denken dat de omschakeling van een wereldwijd op olie gestoelde economie naar een economie die gebruik maakt van hernieuwbare energie enorme transitiekosten met zich zal meebrengen, eveneens factoren die een rol spelen voor de inflatie.

Twee kampen, twee visies

In het “geruste” kamp, dat voorlopig nog in de meerderheid is, vindt men dat het probleem niet zozeer bij de druk aan de vraag-zijde ligt, hoe belangrijk die ook mag zijn, maar eerder in het feit dat het aanbod niet kan volgen.De diverse redenen hiervoor zijn; prijsstijgingen van de grondstoffen, de markt die droog komt te liggen, een quotabeleid en een progressief sterkere productietoename.  

Enkele voorbeelden. De prijsstijging van de tweedehands auto’s in de VS ligt aan het tekort aan halfgeleiders, dat de productie van nieuwe auto’s afremt. Deze van een vliegtuigticket is gelinkt aan de brandstofprijs. Idem dito voor zeetransport. Die van basisvoedsel zoals soja en mais kwam er door de groeiende nood in China en mislukte oogsten in Brazilië door het slechte weer. Nestlé en Coca-Cola hebben al aangekondigd dat ze dit gaan doorrekenen in hun producten. De 36.000 dollar extra die een Amerikaans gezin moet ophoesten voor de aankoop van een huis komt door de prijsstijging van het timmerhout. Doordat de zagerijen tijdens de pandemie stillagen ontstond er een tekort.

Er zijn dus twee tegengestelde kampen als de vraag wordt gesteld hoe dwingend de inflatie is. Het ene vindt dat het een kwestie is van het aanbod dat zich nog moet aanpassen aan de vraag in de nasleep van een brutale recessie en voorziet dat de prijzen binnen afzienbare tijd meer in evenwicht zullen zijn. Dat kamp is ook van mening dat de dynamieken die in werking treden in moderne economieën deflatoir zijn. De globalisering, de verhuis naar lageloonlanden, de genadeloze concurrentie en de op technologie gebaseerde economieën duwen de prijzen naar beneden.

Het andere kamp beweert dat de risico’s wel degelijk aanwezig zijn en dat die het gevolg zijn van een meer fundamentele tendens die gelinkt is aan complexe machtsspelletjes die onder de radar blijven.

Tijdens de volgende vergaderingen van de centrale banken (ECB: 10 juni, FOMC: 15-16 juni) moeten we geen beleidsveranderingen verwachten op het vlak van de terugkoop van activa, zelfs als de prijzen met 3% of meer stijgen. De centrale banken zullen blijven grote hoeveelheden cash in de markten pompen ter ondersteuning van het herstel, zeker tot ze er gerust in zijn dat de opleving van duurzame aard is. Door het succes van de vaccinatiecampagne, het openstellen van de grenzen en de gunstige vooruitzichten voor het tweede halfjaar zijn ze ervan overtuigd dat ze op de goede weg zijn. De inflatie is niet hun grootste zorg. Toch is het mogelijk dat die haar laatste woord nog niet gezegd heeft. En in dat geval zullen we moeten afwachten of de centrale banken ze onder controle krijgen zonder meegesleurd te worden in een gevaarlijke neerwaartse spiraal.