Goldwasser Exchange

+32 (0)2 533 22 40
Van maandag tot vrijdag vanaf 9u tot 17u30

Toegang klant

Inflatie, energie, groei: weer heel wat illusies armer. De week in een notendop

Goldwasser Exchange brengt u op de hoogte van alles wat u absoluut moet weten bij het begin van de nieuwe week.

Veel terreinverlies voor beurzen

Vorige week namen de markten een grote duik. De schuldigen zijn bekend. Donderdag liet de ECB weten een punt te zetten achter haar inkoopprogramma van activa en in juli de belangrijkste rente met een kwartpunt te verhogen. Maar ze laat vooral de deur open voor een verhoging van de belangrijkste rentes in september, mocht de situatie er niet op verbeteren. De inflatiecijfers die vrijdag in de VS werden gepubliceerd laten immers vermoeden dat dit geen snel voorbijgaand fenomeen zal worden. Door in mei 1% toe te nemen en op jaarbasis 8,6% valt de inflatie zwaarder uit dan wat de experten dachten, namelijk 0,7% en 8,3%. Uit deze statistieken blijkt dat de verhoopte piek nog lang niet bereikt is. De Amerikaanse beurzen verloren meteen terrein en sloten af met een daling van  2,91% voor de S&P500 en 3,52% voor de Nasdaq. Over gans vorige week boetten beide indexen respectievelijk 5,05% en 5,60% in. De Europese beurzen volgden in hun kielzog. De Stoxx 600 ging op weekbasis 3,95% in het rood (DAX: -4,83%, CAC 40: -4,60%, FTSE 100: -2,86%). De bankwaarden gingen er 8 tot 10% op achteruit door de vrees voor een recessie. De rente op Amerikaanse staatsbons van 10 jaar klom naar 3,16% en die voor staatsbons op 2 jaar naar 3,065%. Een Duitse staatsobligatie op 10 jaar zit nu op 1,52%.

Inflatie: de frank is eindelijk gevallen

8,6% in de Verenigde Staten, 8,1% in de eurozone. De beleidsmakers, die de inflatie lange tijd minimaliseerden en zeiden dat ze van voorbijgaande aard zou zijn, moeten nu toegeven dat ze een blijver is die historisch hoge niveaus bereikt en rechtstreeks inhakt op de gezinsbudgetten. De vrijdag in de VS gepubliceerde cijfers wijzen op een quasi algemene prijsstijging. Voedingsmiddelen zijn 12% duurder dan een jaar geleden, de transportkost steeg 8% en woningprijzen klommen 5,5%. Het verlies aan koopkracht staat nu op 3,4%. De stijgingen liggen natuurlijk voor een groot deel aan de geëxplodeerde energieprijzen. In de VS bereikt de prijs van een gallon benzine net geen 5 dollar. Dat is 50% duurder dan een jaar geleden. Voor de gemiddelde Amerikaan is die prijs aan de pomp onaanvaardbaar, zeker net voor de grote vakantie-uittocht. Zonder grote verrassingen zullen de Democraten hiervoor de rekening gepresenteerd krijgen tijdens de midterms (tussentijdse verkiezingen) van november, want de Republikeinen zullen de bevolking er met plezier aan herinneren dat het de regering-Biden was die tegen de exploitatie van nieuwe olievelden inging. Indien de inflatie aanhoudt, is het niet ondenkbaar dat de Fed tijdens de drie volgende vergaderingen van de centrale bank de rente met een halfpunt optrekt en misschien het jaar wel afsluit met een basisrente van 3%.

Eurozone: weloverwogen, maar langzaamaan

De eurozone heeft met dezelfde problemen af te rekenen: een uit de hand lopende inflatie en een afnemende groei. Maar in tegenstelling tot de Fed heeft de ECB minder manoeuvreerruimte, want ze moet rekening houden met de financiële gezondheid van 18 landen, waarvan sommige, zoals Griekenland, Italië, Portugal, Frankrijk en België, een zwaardere schuldenlast torsen dan andere. Een te brutale renteverhoging riskeert de schuldenlast van de slechte leerlingen aanzienlijk te doen toenemen en een nieuwe eurocrisis uit te lokken. Iets wat iedereen wil vermijden. Vorige week bedroeg het verschil tussen de Duitse en de Italiaanse rente op tien jaar 2,23%, het hoogste niveau van de laatste twee jaar. BlackRock, de grootste fondsenbeheerder ter wereld, meent dat de renteverhoging binnen de eurozone beperkt zal blijven door de grote staatsschulden en de kwetsbaarheid van de Europese economieën die zeer afhankelijk zijn van ingevoerde fossiele brandstoffen. Hoe het ook zij, de toekomstscenario’s zijn niet erg rooskleurig. Ofwel zal er een slechts langzaam afnemende inflatie zijn die gepaard gaat met een zwakke groei, ofwel een echte stagflatie, ofwel een recessie, hét paardenmiddel tegen de inflatie. Voorlopig willen de consumenten, die net twee jaar covid achter de rug hebben, nog van het leven genieten. Kijken we maar naar de boom in de toeristische sector, maar op lange termijn zullen de prijsstijgingen best wel ontmoedigend gaan werken. En de voortekenen zijn reeds merkbaar. In april nam de autoverkoop in Europa een duik van 20%. Merken als Aldi, Lidl en Action worden steeds succesvoller.

Basismaterialen zijn steeds moeilijker te vinden

Wat kunnen centraal bankiers doen om die prijsstijgingen wat af te zwakken? Door kredieten duurder te maken kunnen ze inwerken op de vraag.Bepaalde aankopen zullen worden uitgesteld.Indirect heeft het ook een invloed op het aanbod doordat investeringen worden ontmoedigd. Hun actieradius is echter beperkt omdat de inflatie op een trend steunt waar ze geen vat op hebben, namelijk een globaal onevenwicht tussen vraag en aanbod. Het komt erop neer dat er veel vraag is, maar dat het aanbod niet kan volgen door logistieke moeilijkheden, een beperkte hoeveelheid grondstoffen en heel reële tekorten. In mei steeg de prijs van oliën en vetten in België met 16,3% (op jaarbasis) en die van brood en graan met 9,1% doordat de export vanuit Oekraïne, een van de graanschuren van de planeet (een analyse van L’Echo op basis van data van de COICOP), stokt. Het embargo op Russische grondstoffen (uranium, nikkel, palladium, graan, fosfaat, staal, hout) en het feit dat de mondiale productie van kobalt, lithium en zeldzame aardmetalen (allemaal onmisbaar voor de elektronicasector) het steeds moeilijker heeft om de vraag te volgen zijn inflatiefactoren die niet plots op magische wijze zullen verdwijnen.

Wat met de ruwe olie ?

De situatie op de oliemarkt is een nog mooier voorbeeld. Waarom daalt de olieprijs niet, maar dreigt hij zelfs door te stijgen naar 140 dollar/vat (Goldman Sachs) of zelfs 175 dollar (Jamie Dimon, topman van JPMorgan)? Het antwoord is dat er te weinig olie voorhanden is om aan de vraag te voldoen. Het embargo op de import van Russische olie en de weigering nog tankers te verzekeren die Russische olie transporteren zal het Russische aandeel in de mondiale productie van olie met 2 tot 3 miljoen vaten per dag doen afnemen. Dat aandeel kan slechts gedeeltelijk opgevangen worden door Saoedi-Arabië – de reden ook waarom Joe Biden op het einde van de maand het land zal bezoeken -, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit. Andere grote producenten zijn onderworpen aan sancties (Venezuela, Iran) of zijn gewoonweg niet in staat hun volumes op te schroeven. Daarbij komt nog dat de VS zijn strategische reserves al heeft moeten aanspreken en dat er nog weinig in hun eigen petroleumsector wordt geïnvesteerd door de ecologische omslag. Op uitdrukkelijke vraag van de VS heeft het OPEC+ kartel aanvaard 648.000 vaten per dag extra op te pompen, in plaats van de initieel voorziene 432.000 vaten, maar Saoedi-Arabië, dat 11 miljoen vaten per dag produceert, loopt niet echt warm om er daar nog eens een miljoen bovenop te doen met als enige reden de inflatie af te remmen. Zeker nu de mondiale groei heel wat bloedarmoede kent. De conclusie is dat -tenzij er een sterke recessie aankomt- mogen we verwachten dat de ruwe olie duur zal blijven en dat de inflatie, die er deels van afhangt, hoog zal blijven.

Frankrijk: de unie van linkse partijen krijgt terug hoop

Jean-Luc Mélenchon is de te kloppen man geworden sinds hij gisteravond een meesterzet uithaalde door te winnen van de partij van Emmanuel Macron in de eerste ronde van de parlementsverkiezingen als onderdeel van de Nupes-beweging, die veel politieke partijen verenigt. Waarschijnlijk is dit een schijnalliantie en zal elke groepering terug zijn eigen weg gaan eens ze als groep een plaatsje verworven hebben in de Assemblée. Mélenchon profiteert zowel van de eerder kleurloze campagne van de medestanders van Emmanuel Macron en zijn Ensemble-beweging als van de quasi totale afwezigheid van Marine Le Pen. Zijn sociaal genereus discours (een nettominimumloon van 1500 euro/maand, een volledig pensioen op 60 jaar na 40 jaar bijgedragen te hebben, een prijsstop op noodzakelijke producten, een betere omkadering voor huurders, de kernuitstap, de aanwerving van honderdduizend zorgverleners) valt niettemin duur uit (er wordt uitgegaan van 250 miljard) en zal een belastingverhoging en meer leningen met zich meebrengen. Blijkbaar valt dit wel in goede aarde bij Fransen die het moeilijk hebben, meer bepaald de jongeren. Volgens de prognoses zou NUPES op 160 tot 210 zetels mogen rekenen, wat ze de grootste oppositiepartij zou maken. De Ensemble-beweging van Macron zou 260 tot 300 zetels binnenhalen. Het is dus mogelijk dat Macron geen meerderheid behaalt in het parlement, wat betekent dat hij links of rechts nog wat hulp zal nodig hebben.  

UK-EU: Het is weer hommeles

Boris Johnson is ternauwernood aan een uppercut binnen zijn eigen partij ontsnapt of hij heeft zich alweer strijdvaardig getoond met een wetsvoorstel om bepaalde afspraken uit het Noord-Ierse protocol af te schaffen. Brussel heeft Londen er al op gewezen dat dat protocol een belangrijke pijler is van de Brexit en dat elke fundamentele wijziging van een onderdeel ervan al de andere onderdelen in vraag kan stellen. Deze week zullen de Engelse gentlemen het eerste schot voor de boeg lossen door hun wetsvoorstel aan het Lagerhuis te presenteren. Wait and see.

Het aandeel van de week

Tussen de stortvloed aan resultaten kijken we uit naar die van Oracle, Adobe en dichterbij, de jaarresultaten van Colruyt. De titel Colruyt, die op een jaar tijd 45% in rook zag opgaan, is 28,18 euro waard. Zes maand geleden liet de distributeur weten een “significante tot sterke” daling te verwachten door een steeds intensere concurrentiestrijd. Sedertdien brak de oorlog in Oekraïne uit, rezen de prijzen de pan uit en snelden consumenten naar de harddiscounters. De kans dat de situatie van Colruyt in tussentijd verbeterd is, is dus eerder klein. We mogen een forse daling verwachten van de winst en van de marges. De analistenconsensus voorziet een winst per aandeel van 2,32 euro en een koersdoel op twaalf maand van 34 euro, maar ze blijven constant hun targets naar beneden bijstellen. Er is toch nog een positief punt dat het dividendrendement rond 4% ligt.

Het ganse Goldwasser Exchange team wenst u een aangename week.