Goldwasser Exchange

+32 (0)2 533 22 40
Van maandag tot vrijdag vanaf 9u tot 17u30

Toegang klant

De gevoeligheid van obligaties voor interest- en looptijdschommelingen

De gevoeligheid is de verandering die een indicator of de waarde van een tegoed ondergaat als een ander gegeven terzelfdertijd met 1% wijzigt. Bij obligaties gaat het dan over schommelingen van de koersen zodra de intrestvoeten met 1% wijzigen, omhoog of omlaag.

In grote lijnen komt de gevoeligheid van een obligatie, uitgedrukt in een percentage, neer op de stijging of daling van haar koers ten gevolge van een wijziging van de interestvoeten met 1% naar boven of naar beneden. Een obligatie met een gevoeligheid van 4 zal in waarde met 4% stijgen als de interesten dalen en met 4% dalen als de interesten stijgen.

Hoe bepaalt men de gevoeligheid van een obligatie ?

De coefficient die bepaalt hoe de koers van een obligatie zal wijzigen wordt opgesteld in functie van de looptijd. Dat is de gemiddelde looptijd van een obligatie, gewogen aan het geheel aan cashflow: de stroom van terugbetalingen en geactualiseerde intresten.

Welke elementen beïnvloeden de gevoeligheid ?

Die gevoeligheid is uiteraard niet identiek voor alle obligaties. Ze varieert op basis van een aantal criteria zoals de looptijd van de obligatie en de omvang van de coupon.

Hoe langer de looptijd van een obligatie, hoe hoger de gevoeligheid en omgekeerd. Het risico van een relevante intrestwijziging is belangrijker op lange termijn dan op korte termijn.

Wat de coupon betreft kan gesteld worden dat hoe hoger die is, hoe lager de gevoeligheid, en hoe lager hij is, hoe groter de gevoeligheid. Inderdaad, hoe sneller het geïnvesteerd kapitaal wordt terugbetaald, hoe kleiner de impact is van de evolutie van de interesten op dat bestanddeel van de obligatie, rekening houdend met feit dat deze opniegw geïnvesteerd kan worden aan de koersen die van kracht zijn op het moment van de uitbetaling.

Een becijferd voorbeeld :

Laten we als voorbeeld een obligatie op 10 jaar nemen met een coupon van 4% en een gevoeligheid van 6. Als de intrestvoet op de vervaldag met 200 basispunten stijgt (2%) (tegenover de koers die gold op moment van de aankoop van de obligatie) zal de minwaarde van de obligatiekoers 12% bedragen (6*2%). Het totaal rendement van de obligatie zal in dat geval -8% zijn, rekening houdend met de coupon van 4%.